Wie is er aansprakelijk bij een ongeluk met een e-bike?
Wie is er aansprakelijk bij een ongeluk met een e-bike?
9 augustus 2018 

Wie is er aansprakelijk bij een ongeluk met een e-bike?

De e-bike is niet meer weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Vooral ouderen kiezen vaker voor een fiets met trapondersteuning. Helaas zorgen de snelle fietsen ook voor meer ongelukken, soms zelfs met dodelijke afloop. In dit artikel: wie is er aansprakelijk bij een ongeluk met een e-bike?

Twee verschillende soorten e-bikes

Er zijn twee factoren die bepalen wie aansprakelijk is bij een ongeluk met een e-bike. Allereerst moeten we kijken naar de vraag: op wat voor e-bike rijdt u? De Wegenverkeerswet onderscheidt twee soorten e-bikes:

  1. Een normale e-bike (of elektrische fiets) met trapondersteuning. De fiets geeft trapondersteuning tot 25 kilometer per uur en de motor heeft een maximaal vermogen van 250 watt.
  2. De speed pedelecs of high speed e-bikes met trapondersteuning. Deze fietsen zijn een stuk sneller. U kunt er maximaal 45 kilometer per uur mee en de motor heeft een vermogen tot wel 4000 watt.

Zoals u zich vast kunt voorstellen, heeft een ongeluk met 45 kilometer per uur doorgaans een veel grotere impact dan een botsing met een snelheid van 25 kilometer per uur. En dat verschil zien we ook terug in de regels rondom aansprakelijkheid.

Het verschil tussen zwakke en sterke verkeersdeelnemers

Ten tweede wordt er namelijk gekeken naar het onderscheid tussen zwakke en sterke verkeersdeelnemers. Fietsers en voetgangers vallen volgens de wet onder de zwakke verkeersdeelnemers. Rijdt u op een normale e-bike (die in principe niet harder gaat dan 25 kilometer per uur), dan hoort u ook bij deze groep.

Onder de sterke verkeersdeelnemers vallen auto’s, scooters, motoren, bussen en bromfietsen. Omdat de pedelecs net zo hard gaan als een bromfiets, behoren ze ook tot de sterke verkeersdeelnemers.

Zwakke en sterke verkeersdeelnemers en aansprakelijkheid

Omdat zwakke verkeersdeelnemers kwetsbaarder zijn bij een ongeluk met sterke verkeersdeelnemers, worden zij door de wet extra beschermd. Heeft een zwakke verkeersdeelnemer een ongeluk gehad met een sterke verkeersdeelnemer? Dan krijgt de zwakke verkeersdeelnemer sowieso 50 procent van zijn schade vergoed, zelfs als hij een verkeersfout heeft gemaakt. Dit heet de 50 procentregel. Voor zwakke verkeersdeelnemers jonger dan 14 jaar wordt zelfs 100 procent van de schade vergoed (de 100 procentregel). Hier geldt dus niet het recht van de sterkste, maar juist van de zwakste.

Voorbeeld 1: door rood fietsen

U fietst met uw normale e-bike per ongeluk door rood. Een auto rijdt u aan. De automobilist heeft schade aan de auto en u breekt uw arm. Wie betaalt wat?

Omdat u een zwakke verkeersdeelnemer bent, moet de automobilist in ieder geval voor de helft meebetalen aan uw letselschade. Zelfs nu uw onoplettendheid de oorzaak was van dit ongeluk.

Voor de schade van de automobilist wordt er gekeken naar de wederzijds gemaakte fouten. Dit heet de causale verdeling. Hoe groot was uw aandeel in het ontstaan van het ongeluk? Dat bepaalt de hoogte van uw schadevergoedingsplicht jegens de automobilist. Bent u bijvoorbeeld voor 80 procent de veroorzaker? Dan betaalt u 80 procent van de schade.

Veroorzaakt u een ongeluk met een andere zwakke verkeersdeelnemer, bijvoorbeeld door geen voorrang te verlenen? Dan bent u wel 100 procent aansprakelijk.

Voorbeeld 2: botsing met een bromfiets die van links komt

Met uw pedelec bent u een boodschap aan het doen. Plots komt er een bromfiets van links op een gelijkwaardige kruising. U krijgt geen voorrang en botst op elkaar. Zowel u als de bestuurder van de bromfiets hebben letselschade opgelopen. Wie is er aansprakelijk?

Dit is een aanrijding tussen twee sterke verkeersdeelnemers. Omdat in dit geval de brommerrijder fout zat, is hij of zij 100 procent aansprakelijk. Was u zelf ook in de fout gegaan, bijvoorbeeld door geen helm te dragen? Dan is er sprake van een deel eigen schuld en zal niet uw volledige schade vergoed worden.

Uitzondering: overmacht

In heel uitzonderlijke situaties gelden de 50 procentregel (bij zwakke verkeersdeelnemers van 14 jaar en ouder) en de 100 procentregel (bij zwakke verkeersdeelnemers jonger dan 14 jaar) niet. Kan een sterke verkeersdeelnemer aannemelijk maken dat hem niks valt te verwijten? En dat de fouten van de andere verkeersdeelnemer zó uitzonderlijk waren dat hij er geen rekening mee hoefde te houden? Dan is er sprake van overmacht en geldt de 50 procentregel niet. Bij kinderen jonger dan 14 jaar moet de sterke verkeersdeelnemer kunnen bewijzen dat het kind opzettelijk handelde of roekeloos gedrag vertoonde. In de praktijk slaagt een beroep op overmacht bijna nooit.

aansprakelijkheid ongeval e-bike

Veilig rijden met een e-bike: tips

Wilt u ongelukken met letselschade tot gevolg voorkomen? En zit u niet te wachten op ingewikkelde kwesties met aansprakelijkheid? Dan hebben wij wat concrete tips voor u:

  1. Leef alle regels na. Rijdt u op een high-speed e-bike? Draag dan altijd een helm en zorg dat u in het bezit bent van een bromfietsrijbewijs. Heeft u dit niet, dan wordt u mogelijk (gedeeltelijk) aansprakelijk gesteld bij een ongeluk – ook als het niet uw schuld is. Bij de Rijksoverheid leest u meer over de regels voor pedelecs.
  2. Voor de zekerheid kunt u ook een helm dragen op een normale e-bike.
  3. Rem op tijd af voor stoepjes, stoplichten en paaltjes.
  4. Neem bochten extra rustig, want daar gebeuren vaak ongelukken.
  5. Controleer uw banden en remmen regelmatig, zodat ze altijd in topconditie zijn.

Heeft u letselschade na een aanrijding met een e-bike? En heeft u vragen over de aansprakelijkheid en/of wilt u een schadevergoeding eisen? Neem dan vrijblijvend contact op met onze letselschadeadvocaten via het contactformulier, telefoon (040-2405900) of e-mail (info@letsel-lawyers.nl).

Door

Robin

op 14 August 2018

Je ziet de e-bikes inderdaad steeds vaker, niet onlogisch dat er meer ongelukken mee gebeuren.

Reactie plaatsen

Wij gebruiken cookies